Als je aan eenzaamheid denkt, zie je waarschijnlijk een oudere man of vrouw voor je, alleen aan de keukentafel. Dat beeld klopt niet meer. Het Centraal Bureau voor de Statistiek meldde op 18 september 2026 dat niet 65-plussers, maar dertigers en veertigers de groep zijn die zich het vaakst sterk eenzaam voelt. Terwijl de buurvrouw van 70 het prima redt met haar leesclub, ligt je collega van 38 's avonds te piekeren of iemand haar zou missen als ze een week zou verdwijnen.
Wat het CBS precies vond
Het CBS onderzocht de sociale samenhang en het welzijn van Nederlanders van 15 jaar en ouder over 2025. Uitkomst: 10,1 procent voelt zich sterk eenzaam, 29,7 procent voelt zich een beetje eenzaam en de rest, 60,2 procent, niet. Dat percentage sterk eenzamen schommelt al sinds 2021 rond de 10 procent. "Dit is al jaren stabiel", schrijft het CBS. In 2019 lag het nog op 8,7 procent, in 2021 piekte het op 11 procent.
De groep van 35 tot 45 jaar scoort het hoogst met 13 procent sterk eenzamen, gevolgd door 45- tot 55-jarigen met 12 procent. Bij mensen van 55 jaar en ouder ligt dat onder de 9 procent. De oudere generatie, waar het stereotype eenzaamheid het hardst aan vastplakt, blijkt dus juist de groep die er relatief het beste voorstaat.
De sandwichgeneratie draait overuren
Het RIVM bevestigt dit beeld met eigen cijfers over volwassenen van 18 tot 64 jaar: 10,9 procent is sterk eenzaam, met als uitschieter de groep van 35 tot 44 jaar op 12,6 procent. De groep van 55 tot 64 jaar scoort het laagst met 9,1 procent. Beide bronnen gebruiken een andere meetmethode en zijn dus niet een-op-een vergelijkbaar, maar de richting is identiek: niet de oudere Nederlander, maar de drukke middengroep tussen baan, kinderen en soms ook nog zorgende ouders voelt zich het meest aan zijn lot overgelaten.
Dat is geen toeval. Wie in deze levensfase zit, ruilt vriendschappen vaak in voor verplichtingen. Je ziet oude vrienden nog twee keer per jaar, de sportschool wordt een luxe en een avond kletsen met een buur verdwijnt onder de stapel was en huiswerk. Herken je dat gevoel van constant bezig zijn maar toch niemand echt te zien? Lees ook hoe geldstress je lijf net zo hard raakt als je hoofd, want financiële druk en sociale eenzaamheid lopen in deze leeftijdsgroep vaak samen op.
Eenzaam zijn is niet hetzelfde als alleen zijn
Een belangrijk misverstand: eenzaamheid gaat niet over hoeveel mensen er om je heen zijn, maar over het gevoel dat je verbinding mist. Je kunt in een druk gezin wonen en je toch onbegrepen voelen, en je kunt in je eentje wonen en je prima verbonden voelen met vrienden en familie. Het RIVM meet dit met de verkorte eenzaamheidsschaal van De Jong Gierveld, die vraagt naar het gevoel van een leeg huis of het missen van een echt hechte vriend, niet naar het aantal mensen in je omgeving.
Dat verklaart ook waarom opleiding zo'n groot verschil maakt. Bij mensen met alleen basisonderwijs is 17 procent sterk eenzaam, tegen 7,2 procent bij mensen met een universitaire master of doctoraat. Minder opleiding betekent vaak minder financiële ruimte en minder netwerk om op terug te vallen, en dat weegt zwaarder dan hoe vol je sociale agenda eruitziet op papier. Dit soort stille stress tast je lijf net zo aan als acute stress, zoals we eerder schreven in dit artikel over wat langdurige stress met je hersenen doet.
Wie extra risico loopt
Het CBS keek ook naar migratieachtergrond en inkomen, en daar springen de verschillen er nog scherper uit. Van de mensen die buiten Europa zijn geboren voelt 17,5 procent zich sterk eenzaam, tegen 8,6 procent bij mensen met Nederlandse ouders. Kijk je specifiek naar sociale eenzaamheid, het gevoel geen hecht netwerk te hebben, dan steeg dat bij Europese migranten tussen 2019 en 2025 van 17 naar 27 procent. Een nieuw land, een nieuwe taal en een netwerk dat je grotendeels opnieuw moet opbouwen, laat duidelijke sporen na.
Ook mensen met een sociale uitkering vallen op: 23 procent voelt zich sterk eenzaam, meer dan dubbel zoveel als werkenden, studenten of pensioengerechtigden (9,2 procent). Werk, studie of een vaste dagstructuur blijkt dus niet alleen een inkomstenbron, maar ook een vanzelfsprekende bron van contact die wegvalt zodra je buiten die structuur staat.
Wat je deze week al kunt veranderen
Je gaat dit niet oplossen met een goed voornemen voor volgend jaar. Begin klein: plan één terugkerend moment in je week dat niet afhankelijk is van toeval, een vaste wandeling met een vriend, een vast telefoontje met je zus, een terugkerend koffiemoment met een collega. Verbinding ontstaat door herhaling, niet door een eenmalige diepe conversatie. Zelfs een kort praatje met de buurman of de kassamedewerker helpt meer dan je denkt, zoals we beschreven in dit artikel over de impact van kleine gesprekken op je mentale gezondheid.
Voel je dat je structureel tekortkomt aan echte verbinding, kijk dan niet alleen naar je agenda maar ook naar wat je zelf durft te laten zien. Veel mensen in de leeftijd van 35 tot 55 jaar houden hun eigen worsteling verborgen omdat ze "het zou moeten kunnen regelen". Een eerlijk gesprek, hoe ongemakkelijk ook, doorbreekt dat sneller dan nog een avond alleen op de bank.